opc_loader

DE KWALITEIT VAN PASTELKRIJT

DE KWALITEIT VAN PASTELKRIJT

Afgelopen zomer was ik in Orléans in le Musée des Beaux-Arts. Daar was een expositie van Jean-Baptiste Perronneau (Parijs, 1715 – Amsterdam, 1783), beroemd om zijn portretten in pastel. Pastelkrijt is een erg oud medium en was vooral in de 18de eeuw erg populair. Kunstschilders gebruiken het nog steeds regelmatig om snel kleurstudies te maken, maar op zichzelf staand is pastel ook nog steeds één van de belangrijkste opties voor het werken in kleur. Het bezoek aan de expositie van het werk van Perronneau gaf mij nieuwe inzichten. Onder andere over de kwaliteit van het medium. Een veel gehoord vooroordeel over pastel is dat de kleuren snel verschieten. En alhoewel sommige pigmenten van zichzelf weinig lichtecht zijn, viel mij op dat de portretten van Perronneau in topconditie waren. Kijk maar eens naar het portret in pastel hiernaast uit 1746. Van verkleuring is weinig te zien en dit portret is dus maar liefst 171 jaar oud.

Vergelijk dat maar eens met een portret in olieverf uit 1753. De verflaag is volledig gebarsten. Iets wat je met pastel nooit zal overkomen. Pasteltekeningen vragen overigens wel bijzondere aandacht als het om conservatie gaat. Door het gebrek aan bindmiddel in pastelkrijt is de hechting van pastel niet optimaal. Maar ik was verbaasd over hoe goed de pastels van Perronneau nog waren.

Het werken met pastelkrijt lijkt in diverse opzichten meer op schilderen dan op tekenen. Zo kun je met pastel heel goed in lagen werken en kleuren mengen op het papier. Het is een relatief snel medium. Je kunt snel veel pigment op het papier krijgen. Ook kun je met weinig materialen beginnen omdat je naast verschillende kleuren pastelkrijtjes of pastelpotloden alleen maar papier nodig hebt. En de mogelijkheden zijn eindeloos, kijk maar eens naar kunstenares Graciela Bombalova. Zij maakt realistische portretten in soft pastels en pastelpotloden.

Er zijn dus verschillende soorten pastel, variërend in hardheid. Pastelpotloden zijn (mede vanwege de dunne kern) harder dan de meeste pastelkrijtjes. Qua pastelkrijtjes bestaan er soft pastels (zoals de Sennelier Soft Pastels), halfharde pastels (zoals bijvoorbeeld de Van Gogh Carré pastels) en harde pastels (zoals de Faber-Castell Polychromos pastelkrijtjes). Je kunt iedere soort pastels op zichzelf gebruiken, maar je kunt ze ook heel goed combineren. Zo lenen de hardere pastelpotloden zich uitermate goed voor de laatste fijne details, maar zijn ze minder handig voor grotere vlakken. Door het gebrek aan bindmiddel is het aan te raden om na enkele lagen pastel het werk te fixeren met een fixatiespray. Sommige mensen gebruiken haarlak, maar dat is af te raden omdat haarlak niet zuurvrij is en op termijn het papier kan aantasten. Na fixatie kan er verder gewerkt worden, maar er zijn ook mensen die pas op het eind het werk fixeren. Let op dat de kleuren iets veranderen door de fixatie. De kleuren worden wat donkerder en als je dus van plan ben te fixeren, dan kun je daar rekening mee te houden door het werk iets lichter te laten dan de bedoeling is.

Pasteltekeningen worden in de regel op papier gemaakt. Vrijwel alle papiersoorten zijn in principe geschikt, maar juist vanwege het weinige bindmiddel werken de meeste mensen graag op speciaal pastelpapier. Dit soort papiersoorten heeft een oppervlakte wat ontworpen is om zo veel mogelijk krijt vast te houden. De meest bekende is wellicht Ingres papier, maar er zijn tegenwoordig veel verschillende soorten pastelpapier. In dit filmpje heeft Mikoloro diverse soorten uitgetest. Een aanrader qua papier is daarnaast Pastelmat of Pastel Card.

Terug